|
Markus een kale echo over de stenen de muren in het trappenhuis een gesloten deur waarachter al dagen de radio keihard aanstaat een antwoordapparaat dat je hoort aanspringen wanneer er voor de twintigste keer wordt gebeld; een stem die wat vertelt en een die je hoort vragen of de bewoner soms dood is `Hé ben je dood of zo Markus, bel nou eens terug klootzak!' en dat is hij dus die Markus zo dood als een pier met pieren in zijn mond en maden in zijn kont die zich baden in de plassen kots en lijkevocht. Zijn kin waar eens het hart sloeg wordt bij inspectie geheven door een agent die nog net `Kijk!' zegt voor het hoofd krak! zo losbreekt van de romp; wat identificatie uiteindelijk niet belemmert. Al is het maar omdat op de muur in druipend rood staat geschreven: Markus woonde hier nu is hij dood! (c) 2002 Serge van Duijnhoven |