Brieven uit Verweghistan

1

In de hoop de branding te (overstijgen) (overroepen) (overstemmen) neem ik keien in de mond. Een wolkje melk lost zich op in het ochtendlijke bakje troost: zo mengde de geur van de zee zich die nacht met het maanlicht. Een druppel in de oceaan, een druppel op een hete plaat. Een mens (verdrinkt) (duikt onder) (gaat op) in de massa. Processen die het licht ontvallen, met het blote oog niet waar te nemen zijn, voltrekken zich met een snelheid die grenst aan stilstand. Aan de gebeurtenissen gaat men twijfelen; de nacht is een gifbeker, en ik hef het glas.

2

De Chinese muur en andere verhalen

Van hier tot aan de afgrond, het einde van de wereld, slingert de muur zich, kronkelend als een Chinese draak, door het landschap van Verweghistan. De muur moet ons beschermen tegen invallen van barbaren. Breed is de muur. Men kan er op wandelen; mensen ontmoeten.

Tegenwoordig moet men voorzichtig zijn met opbouwen. Voor je het weet heb je een illegale constructie, klaar voor de sloop. De moeder van de porceleinwinkel zelve noopt mij ertoe u erop te wijzen dat sinds de val van de vorige muur iedereen verondersteld wordt zijn smoel te houden. Alsof een obscene rechtbank beslist heeft dat er voor ieder ontrouw individu stenen op elkaar moeten worden geplaatst, hoog genoeg om de verdachte er tegen te plaatsen, en vervolgens met man en macht de wand omver te duwen, zodat de beschuldigde bedolven wordt onder een verpletterende gerechtigheid of door hogere hand wordt gered.

De muur: je ziet hem, je ziet hem niet, is wereldwijdse laagstroom. Als kwikzilver verspreiden bits and bytes zich over de planeet. De muur gonst van de geruchten, is uit niets anders opgetrokken dan uit verhalen en vertrouwen. Zoals anderen geld of een kroketje uit de muur halen, putten wij er kracht uit. Het een fire-wall, een dam en de bouwstenen zijn wij. De muur is van ons.

Zoals de golven van de zee beuken tegen het zandkasteel, zo bouwt of sloopt een ieder naar hartelust. Zonder plan wordt de muur gebouwd en verbouwd. De Orde van Door Wisselende Stemmingen Gedreven Architecten realiseert een kaartenhuis in gewapend beton.

Neen, de muur is geen toren tot hoog in de hemel waar de lucht zo ijl is dat elke taal uit elkaar valt en geen mens nog een ander verstaat. In en op en om en rond de muur is tegenspraak de voertaal; waarheid het fundament.

Niemand kan met zekerheid zeggen sinds wanneer men elkander vindt bij deze muur. Nog moeilijker is het te zeggen of de muur toekomst of verleden heeft. Geen hoger doel heeft de muur dan eenieder te onvangen en te luisteren en drager te zijn van tal van boodschappen. Zoals een golfbreker vol mos en mosselen, zo hangt de muur vol berichten en foto’s… De muur beslaat duizenden kranten (iedere dag weer opnieuw). Het is een klaagmuur. Ieder kan er zijn ei kwijt.
Tegen deze muur wordt niemand geplaatst.
Door Verweghistan slingert de muur als een lopend vuur.

3

Terwijl het elders bommen regende was het bij ons Halloween. Van halfzes ‘s avonds hing de maan als een uitgeholde lichtgevende bol in de lucht. Gedekt door duisternis trokken brigades van het Pompoenen Bevrijdings Front door de straten om zoveel mogelijk groenten te verlossen van hun verlichte zinloosheid en er liefdevol soep van te maken.

Omdat men ook in de hoofdstad gehoord had dat ORZOV en HKB billaterale (en mogelijk nog andere) betrekkingen aangingen, en de mij vooralsnog onbekende Vereniging van Veganistische Kiekenfretters hier gaarne deel van wilden uitmaken, leidden mijn agitationele activiteiten mij uitgerekend op de avond waarop alle spoken en heksen losgelaten worden naar het verscheurde hart van Europa.

Meteen raakte ik verwikkeld in een hevigste taalstrijd. Het straatnaambordje luidde «Rue de Flandre, Vlaamse Steenweg». Mogelijk is poëzie datgene wat verloren gaat bij de vertaling, maar welke lading dekte deze vlag? Wat moest men zich hier nu bij voorstellen? Een straat, of een steenweg ? Hoe viel dit urbanistisch fenomeen te omschrijven? In het duister had ik er geen goeie kijk op. Waarschijnlijk is het in de praktijk een Belgisch compromis. Het gevaar dat een dergelijke onduidelijkheid in het stadsplan leidt tot files is niet denkbeeldig.

De Babylonische frictie die het straatnaambordje veroorzaakte was niets vergeleken met de tientallen andere talen die op dat moment rond mij schreeuwden om vertaling, Alsof plots iedereen maanziek geworden was. Hoe kon ieders spraak opgenomen worden in het straatbeeld?

Misschien zou het geen slecht idee zijn als men iedereen per Koninklijk Decreet zou verplichten voortaan nog alleen de straten te betreden in bezit van een woordenboek body language.

Terwijl de mensen om mij heen tevergeefs bleven proberen het woord tot elkaar te richten besefte ik maar al te pijnlijk dat taal een mank vehikel is om de gedachten van de ene persoon naar de andere te transporteren. Volgens sommigen waren de bombardementen «chirurgisch». Bedoelden ze daarmee dat er na elk bombardement geamputeerd moet worden? Of viel dit onder «sociale operaties»? Terwijl men de mond vol had over «tot de tandenbewapende vredesopdrachten» en «collateral damage» raakte de wereld nog verder in de ban van kernkabinetten en kruisraketten.

In Babbel-gique waren de mensen die avond bijzonder onrustig. Er waren teveel vragen waarop ik het antwoord schuldig moest blijven, woorden schoten mij tekort. Ik had mijn medemensen op de hoogte moeten brengen van de klaagmuur in Verweghistan. En terwijl ik alweer op de trein naar huis zat betreurde ik het nog het meest van al dat ik hen niet diets gemaakt heb dat taalstrijd vooral gevoerd moet worden tegen de eigen taal.

didi.deparis@chello.be




Lees meer