|
Bloedtest `ik wil niet dat je me alleen laat nu. de sfeer is juist zo goed' `dan laat ik je niet alleen maar in gezelschap van die goede sfeer' zij leunt over de trapleuning steekt haar tong uit mijn voetstappen weerkaatsen luid op het marmer `als mannen bij mij zijn hebben ze geen controle meer over de dingen die gebeuren' zegt zij die geen controle over mij (ik evenmin), wij: twee pluisjes in de wind `je weet niet wat je wegsmijt' ik geef haar gelijk - ik weet het niet each man kills... het oude lied ik voel me schurk, een dief op heterdaad. maar ik ben niet op voorbedachte rade hier (wat wel, denk ik, wat is het dat ik ben, een boer die zijn oogst verwoest in domme dronkenschap een plunderend soldaat die blaker wil als buit?) zij laat mij blootsvoets uit haar kater glipt tussen mijn benen de staart rechtop als een slang door anderen bezworen, een aal met afgehouwen kop die blijft kronkelen tot op ons bord `dit is symbolisch', vindt zij ik beaam, druk mijn voorhoofd tegen het blonde hoofd van haar `het spijt me', zeg ik, `wíj schieten niet met de boog. het is Eros die schiet' ik loop met zonnebril in snelpas door de nacht een uil die niet kan huilen ik wacht, rook mijn Gitanes op terwijl het langzaam ochtend wordt de orbit blauwig paars het uur vlak voor l'heure bleu als het azuur wordt uitgewist door licht nat, klam rijd ik weg op naar het noorden ik die het noorden kwijt ben de leerlingen van de buddha vroegen hun meester: `bent u een heilige?' hij zei: `nee' na een tijdje vroegen ze: `bent u een engel?' hij zei: `nee' `maar wat bent u dan wel?', vroegen ze de buddha antwoordde: `ik ben wakker' het raam rol ik een handlengte omlaag en gaandeweg vult mijn gemoed zich weer met lucht, ik snel, versnel, vertraag de liefde is een bloedtest en ik blaas, ik blaas, ik zie dat wat vervliedt, wat niet ik ruik mijn eigen adem anders nog? de alcohol de roes, het schrijnende en het lucide... ik prijs de dag die breekt, denk: goddank, ik ben wakker goddank, ik ben nog altijd wakker © Serge van Duijnhoven, 2001 |