|
Simpele ziel Die nacht lag ik in bed en staarde naar't systeemplafond en overwoog wat nog te zeggen viel. Wat ik te zeggen heb in mijn eenvoudige leven. Simpele ziel. Tweeënveertig. En hier stond ik, op het podium van de absolute beginner, tevreden met mijzelf. Tevreden met zichzelf. In ieder geval ik moest een nieuwe naam verzinnen. Daar stond ik, verzonnen al en nu nog een gedicht beginnen. Wist er een die zo begon: ik moet het je toch eens vertellen iemand, een verwant, een dode met mijn naam erop. Iemand die te ziek was om te dragen. Mijn lichaam een kerk om rechtop in te staan, of licht voorovergebogen, iedereen kent mij al aan mijn ogen. Of mijn gezicht geeft geen leiding aan de mogelijkheid om open te bloeien. Ik ben al verstaan. Nog sla ik niet dicht. F. Starik |